Overzicht

Voortgezet speciaal onderwijs

Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO)/ Zware ondersteuning

Voor sommige leerlingen is de ondersteuning in het regulier voortgezet onderwijs niet genoeg. Deze leerlingen zijn gebaat bij de begeleiding van het voortgezet speciaal onderwijs, we noemen dit zware ondersteuning. Om toegelaten te worden op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs is een Toelaatbaarheidsverklaring nodig. Het Steunpunt Onderwijs geeft in opdracht van het samenwerkingsverband voor voortgezet (speciaal) onderwijs de Toelaatbaarheidsverklaringen af voor :

  • zeer moeilijk lerende (ZML) kinderen,
  • langdurig zieke kinderen (LZK),
  • leerlingen met epilepsie,
  • leerlingen met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen (cluster 4),
  • leerlingen met een lichamelijk gehandicapt (LG);
  • leerlingen met een meervoudig gehandicapt (MG).

 Overstap speciaal basisonderwijs naar voortgezet (speciaal) onderwijs
De wet passend onderwijs geeft aan, dat de toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs in het primair onderwijs eindigt op het moment van de afronding van het basisonderwijs. Het Steunpunt Onderwijs (in opdracht van het Samenwerkingsverband Voortgezet (Speciaal) Onderwijs) kan vervolgens een toelaatbaarheidsverklaring afgeven voor de toelating tot het voortgezet speciaal onderwijs. Leerlingen van het speciaal basisonderwijs wonend in Schiedam, Vlaardingen, Maassluis of Maasland worden aangemeld bij Steunpunt Onderwijs. Dit gebeurt na toestemming van de ouder(s).Vervolgens wordt bepaald (in overleg met betrokken partijen) welke ondersteuning de leerling in het voortgezet onderwijs nodig heeft.

Overstap voortgezet onderwijs naar speciaal voortgezet onderwijs
In een aantal gevallen kan, zelfs met extra ondersteuning, de ondersteuning is een reguliere school voor voortgezet onderwijs niet voldoende zijn voor een leerling. Samen met het ondersteuningsteam (ouders, leerling, school, onderwijsondersteuningsspecialist en gezinsspecialist) wordt dan onderzocht welk aanbod voor de leerling wel passend is. In het geval van plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs moet gedurende de procedure de expertise van het speciaal onderwijs en de expertise van de orthopedagoog/ gz psycholoog van het Steunpunt Onderwijs (artikel 34.8) worden ingezet. Als de betrokken partijen; school, onderwijsondersteuningsspecialist en de vertegenwoordiger vanuit het speciaal onderwijs instemmen met plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs zal een toelaatbaarheidverklaring worden afgegeven door het samenwerkingsverband, met een afschrift voor ouder(s). De toewijzing van een toelaatbaarheidverklaring is een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Tegen die beslissing staat bezwaar en daarna beroep open. Bij een positief vso-advies geeft het samenwerkingsverband een verklaring af met daarop vermeld het nummer van de toelaatbaarheidverklaring, de start- en einddatum en het overeengekomen bekostigingsniveau van de ondersteuning (categorie I, II of III).

De wet passend onderwijs onderscheidt de volgende drie categorieën voor zware ondersteuning:

categorie I:         zeer moeilijk lerend (ZML), langdurig zieke kinderen (LZK), epilepsie, cluster 4;

categorie II:       lichamelijk gehandicapt (LG);

categorie III:      meervoudig gehandicapt (MG).

De duur van een toelaatbaarheidverklaring is ten minste één jaar. Inschrijving in het vso betekent niet automatisch dat de leerling gedurende de gehele schoolloopbaan in het vso blijft. Afhankelijk van het ontwikkelingsperspectief van de leerling zal de duur van de toelaatbaarheidverklaring worden bepaald. In veel gevallen zal na uiterlijk 2 jaar het samenwerkingsverband opnieuw bekijken welk arrangement het meest passend is voor de leerling en of de leerling wellicht kan instromen in het reguliere voortgezet onderwijs.

Indicatiecriteria voor zware ondersteuning
Om in aanmerking te komen voor zware ondersteuning gelden de volgende criteria:

  • aangetoond kan worden dat de basisondersteuning (met extra ondersteuning) niet toereikend is d.m.v. de beschrijving van de onderwijsbehoeften van de leerling
  • onderbouwd kan worden dat leerresultaten achter (gaan) blijven zonder zware ondersteuning
  • de afgesproken procedure is gevolgd (Van de scholen in het samenwerkingsverband wordt verwacht dat:
  • De basisondersteuning aantoonbaar volledig en kwalitatief goed is ingezet;
  • De leerling is besproken in het ondersteuningsteam;
  • De problematiek is besproken met ouder(s) en leerling;
  • Er handelingsgericht en planmatig is gewerkt (handelingsplannen, ontwikkelingsperspectief).
  • de psycholoog/ orthopedagoog van het samenwerkingsverband adviseert positief
  • de expert vanuit het speciaal onderwijs is betrokken en adviseert positief

Extra of zware ondersteuning vanuit cluster 1
Cluster 1 voor blinde en slechtziende leerlingen is landelijk georganiseerd. De redenen hiervoor zijn de beperkte omvang van de doelgroep en de specialistische expertise. Koninklijke Visio en Bartholomeus (op beperktere schaal) zijn organisaties die de extra ondersteuning voor blinde en slechtziende leerlingen bieden.

Extra of zware ondersteuning vanuit cluster 2
Cluster 2 voor dove, slechthorende leerlingen en leerlingen met een taalspraakstoornis (ESM) is ook landelijk georganiseerd. In onze regio organiseert de Koninklijke Auris Groep de ondersteuning voor deze leerlingen.

Procedure terug- en overplaatsing van leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs
Uit het ontwikkelingsperspectief in het speciaal onderwijs kan blijken dat de doelen bijgesteld kunnen worden. Het gevolg daarvan kan zijn dat een reguliere vorm van onderwijs weer tot de mogelijkheden behoort. De school voor voortgezet speciaal onderwijs neemt met toestemming van de ouders contact op met het Steunpunt Onderwijs. De volgende procedure zal hierbij binnen het samenwerkingsverband worden gehanteerd:

  • De school voor VSO  meldt de leerling aan bij het Steunpunt Onderwijs en levert het dossier aan: bestaande uit een geëvalueerd OPP  inclusief  een beschrijving van de onderwijsbehoeften van de leerling.
  • Het Steunpunt Onderwijs bestudeert het dossier en eventueel wordt het Vraag Profiel Instrument (VPI) ingevuld. Op basis hiervan wordt  in overleg met het speciaal onderwijs een advies geformuleerd.
  • Het advies wordt opgestuurd naar de VSO school en indien gewenst besproken met ouder(s) (en leerling);
  • Binnen het samenwerkingsverband kan op basis van de behoefte van de leerling in relatie tot de schoolondersteuningsprofielen van de scholen, bij de meest geschikte onderwijssetting worden aangemeld.
  • Om de overgang naar regulier onderwijs zo succesvol mogelijk te laten zijn, krijgt de leerling gedurende de eerste periode extra ondersteuning toegewezen. Bij  de evaluatie zal blijken of deze ondersteuning langer nodig is of kan worden afgesloten.